Onderzoek huisvesting voor vrouwenopvang

De vormgeving van de accommodaties voor vrouwenopvang is een uiterst belangrijke component in de hulpverlening aan mishandelde vrouwen en hun kinderen. Er is echter eerder nog weinig onderzoek gedaan naar deze huisvesting. Naast een landelijke verkenning van de actuele huisvestingssituatie hebben we ons in ons onderzoek vooral beziggehouden met de relatie tussen huisvesting en hulpverlening. In de architectuur is dat de relatie tussen vorm en gebruik. Daarin spelen begrippen als stress, leefgroepen, woongroepen en het collectieve een centrale rol. Vanuit verschillende perspectieven (cultuurantropologie, historie, architectuur en juridische aspecten) hebben we de genoemde relatie belicht. Dit mondt uit in een aantal aanbevelingen.

Het onderzoek is uitgevoerd in 2007 en 2008. De resultaten zijn gepresenteerd op een conferentie op 30 oktober 2008. Daarnaast zijn de resultaten gepubliceerd in het boek Van huis en haard: betekenis van architectuur in de zorg voor mishandelde vrouwen en hun kinderen. 

Als onderzoeksassistent coördineerde ik de projectbezoeken en droeg ik bij aan het onderzoek en een deel van de uitwerking. Team: Minke Wagenaar (architect), Geertje van Os (cultureel antropoloog), Astrid Aarsen (architectuurhistoricus), Rhea Harbers (architect), Angelika Fuchs (architect) en Evelien Pieters (architect). Foto’s: Janine Schrijver.

Het tijdschrift PSY heeft in 2009 een interview met initiatiefneemster Minke Wagenaar gepubliceerd over het onderzoek.

Advertenties